FR   NL

Vrije tijd

Doelstellingen

  • Kennismaking met de Romakeuken, traditionele kinderspelletjes en verhalen.

Theetijd, koffietijd !

In de Romakoffer vind je enkele fiches met recepten waarmee je zelf aan de slag kan gaan.
Wil je graag nog een lekker kopje thee of koffie na de maaltijd? Hier lees je hoe je tsjaio of kavia kunt maken.
De recepten komen van Rom-kinderen die in woonwagens in de buurt van Leuven woonden… Met dank aan Wout Vanreusel van de Appeltuin, die de recepten optekende.

Zoals je weet uit de Romakoffer, hebben de Roma een orale cultuur. Dat wil zeggen dat kennis en verhalen niet werden opgeschreven, maar mondeling werden doorgegeven. Zo ging het ook met recepten. Daarom staat er in de recepten vaak niet hoeveel je precies van alles nodig hebt.

TSJAIO

Thee zoals de Rom hem maken!
Dit heb je nodig voor een kopje:

  • 1 theezakje
  • 1 zakje vanillesuiker
  • gewone suiker (mag best veel zijn!)
  • een beetje kaneelpoeder
  • een (bio-)citroen 
  • een waterkoker en een kop

Doe het theezakje in een theekop, giet er heet water over en doe de andere ingrediënten erbij. De hoeveelheden kan je zelf een beetje kiezen. Snij de citroen in schijfjes en leg een schijfje citroen in de theekop.

Proeven maar! (Wel eerst blazen…)

KAVIA

Koffie met een onweerstaanbaar a-Rom-a!

Hoe maak je thuis koffie? Vast met een koffiezetapparaat. Ook de Rom gebruiken vaak een koffiezetapparaat, maar er wordt toch ook nog echte “Zigeunerkoffie” gemaakt. Hij gelijkt wel wat op Turkse koffie. 
Opgepast: sterk!
Dit heb je nodig

  • gemalen koffie OF koffiebonen en een koffiemolen
  • suiker
  • een kleine koffiepot
  • kleine koffiekopjes
  • melk

Maal de koffiebonen als je geen gemalen koffie gebruikt.
Zet een kleine koffiepot met water op het vuur. Doe er flink wat suiker bij en laat het water met de suiker koken. Doe dan wat van dit gekookte water in een apart kopje. Dit wordt gebruikt om de koffie nog te verdunnen als dat nodig is.
Doe een paar koffielepels koffie in de pot met kokend water en roer goed. Laat alles nog even goed doorkoken.
Serveer de koffie in kleine kopjes. Als je dat wil, kun je er nog wat melk bij doen. De Rom drinken hun koffie meestal zonder melk.

 

Verhaaltjestijd: Een verhaal lezen en tekenen!

De leerlingen ontdekken het verhaal "Het ontstaan van de viool", een oud verhaal overgeleverd door Roma uit Transsylvanië (Roemenië). Ze tekenen vervolgens de verschillende episodes van de vertelling na.

 

Roma-spelletjes!

Bij Roma duurt de echte kindertijd maar tot ongeveer 12 jaar (zie "Tradities"). Daarna leren de jongeren al snel op eigen benen staan en bereiden ze zich voor op het volwassen leven door een beroep te leren of mee te helpen in het huishouden. Maar dat wil niet zeggen dat Roma geen spelletjes spelen. Integendeel! Hier vind je een beschrijving van enkele spelletjes die Romakinderen graag spelen. Probeer ze zeker ook eens uit!

Met dank aan Wout Vanreusel, die deze spelletjes optekende bij Rom-kinderen uit Leuven.

BOJTSI (“kleuren”)

  • Spel voor een grote groep spelers

Zo gaat het spel:
Eén speler is de baas van een fruitkraampje. Een andere speler is de klant. De rest van de spelers zijn fruitjes. De kinderen die een stuk fruit moeten zijn, kiezen samen met de baas van het kraampje welk soort fruit ze zijn (banaan, sinaasappel, druif…). Let op: de klant mag dit niet horen!
Als iedereen een fruitnaam heeft, mag de klant een fruitsoort zeggen. Als er een speler is met die naam, moet de baas de klant tien tellen vasthouden. Intussen rent de speler met de fruitnaam weg. Als het fruitje terug naar het kraampje kan rennen zonder dat de klant het kan pakken, moet de klant weggaan en het opnieuw proberen met een andere fruitnaam. Als de klant het fruit wel heeft kunnen pakken, wordt het fruitje klant en de klant fruitje.
Noemt de klant een fruitnaam die er niet is, dan roepen alle fruitjes “Eta e wudar!” wat betekent: “Deze fruitsoort hebben we niet”. De klant moet dan een andere fruitnaam noemen.

KRAAJA (“koning”)

  • Voor minstens vijf spelers
  • Dit heb je nodig: 
    • een holle stok die je in de lengte in twee snijdt (vraag hiervoor hulp aan een volwassene!)
    • en grote zakdoek met een dikke knoop erin

Zo gaat het spel:
Een speler is de koning, een andere is de beul en de rest zijn de slachtoffers.

Een slachtoffer neemt in elke hand een stuk van de stok en wrijft de stukken over elkaar. Dan laat hij of zij ze vallen. Ze kunnen op drie manieren vallen:

  1. Eén met de platte kant naar boven, het andere met de bolle kant naar boven: De koning mag zeggen hoeveel tikken de beul aan het slachtoffer mag geven met de zakdoek op de hand van het slachtoffer.
  2. Twee ronde kanten naar beneden: Het slachtoffer wordt beul en de beul wordt slachtoffer. Het nieuwe slachtoffer gooit opnieuw met de stukken stok.
  3. Twee platte kanten naar beneden:Het slachtoffer wordt koning en mag zelf kiezen hoeveel slagen er door de beul gegeven worden aan welk slachtoffer.

POEM, POEM, TALA TSJIRO NAK

  • Spel voor een grote groep spelers

Zo gaat het spel:
Twee spelers steken hun handen naar elkaar uit en houden ze omhoog, zodat de andere kinderen er onderdoor kunnen gaan. Terwijl de andere spelers één na één onder hun armen doorlopen, zingen ze “poem, poem, tala tsjiro nak”. Af en toe doen ze hun armen omlaag en vangen zo een speler. Ze moeten nu proberen de gevangene aan het lachen te brengen door grapjes te maken. Als dat lukt, wordt de gevangene een duivel. Als de gevangene niet lacht, wordt hij of zij een engel. Zo worden de spelers één voor één bij een groep ingedeeld.
Als de twee groepen verdeeld zijn, moeten de duiveltjes de engeltjes tikken. Wie getikt wordt, wordt ook een duivel. Aan het einde van het spel blijft er nog één engel over en dat is de winnaar van het spel!

 

 

ICTBoost Webdesign - PC-Service